“Hier mag je zijn wie je bent”

Een gesprek over thuisgevoel, groei en het delen van verhalen

Marriette ontdekte The Villa ongeveer zeven jaar geleden. “Ik zag een heel kleine advertentie in het beroemde suffertje: ‘hulptroepen gevraagd’. Ik heb er toen eerst nog drie weken over nagedacht en heb toen Frederique gebeld. Die zei zie: kom maar eens kijken. Ik ben gelijk verbleven en niet meer weggegaan.
Marriëtte lacht als ze vertelt hoe ze ongeveer acht jaar geleden in Brummen belandde. Na een verhuizing uit Amstelveen zocht ze vrijwilligerswerk met kinderen of ouderen. “Bij een bejaardenhuis moest ik meteen medicijnen uitdelen aan onbekenden. Dat stond me zo tegen – je weet niet eens elkaars naam! Bij de Maakplaats voelde het heel anders. Hier mocht ik zijn wie ik ben.”

Haar vaste plek is achter de naaimachine, maar ze helpt ook in de keuken, werkplaats of het atelier. “Ik naai en quilt als hobby. Ik maakte ooit de trouwjurk voor mijn zus en verkleedkleren voor mijn kinderen en nu voor mijn kleinkinderen.” Haar trots is voelbaar: “Dat vind ik werkelijk fantastisch, dat ik mijn vaardigheden hier kan inzetten.” Toch benadrukt ze: “Als ik wat fout doe, zeg het alsjeblieft. Ik kan goed tegen kritiek – meestal leer je ervan.”

“Het is gewoon net familie hier,” vertelt Marriëtte over de villa. Ze beschrijft de plek als vertrouwd, warm en teamgericht, waar iedereen – vrijwilligers, ouders en kinderen – zich thuis voelt. “Je mag zijn wie je bent. Als je hulp nodig hebt, krijg je hulp. En als je iets niet kunt, mag je dat rustig zeggen.”
In het begin was de villa nog een bescheiden initiatief: “Het was meer een keukentafelidee.” Door de jaren heen is de organisatie uitgegroeid tot een professionelere en gestructureerdere plek, met meer begeleiding en afwisselende activiteiten. “Er is nu gewoon veel meer om te doen.” Toch is het mooie dat deze groei hand in hand gaat met het behoud van de laagdrempelige, vertrouwde sfeer.

Marriëtte heeft geleerd om gedrag van kinderen niet persoonlijk te nemen. “Eerst dacht ik dat een kind boos op mij was, maar dat was helemaal niet zo. Frederique en Annemieke hielpen me om te zien: het gaat niet om mij, maar om hoe het kind in elkaar zit.” Ik hoef me niet direct schuldig te voelen, maar kan kijken naar wat we allebei kunnen veranderen.
Ze geeft kinderen ruimte om te experimenteren; of het nu gaat om naaien, bakken of praten. “Ik hoop dat ik de kinderen ook iets mee kan geven. Elk kind accepteer je zoals het is.”

Soms delen kinderen heftige verhalen, zoals over overleden opa’s en oma’s. “Dan luister ik. Ik trek niets uit ze, maar ze moeten hun verhaal kwijt kunnen.” Als iets haar raar in de oren klinkt, meldt ze het discreet bij Frederique of Annemieke. “Ik weet niet wat zij er verder mee doen, maar het is goed dat het gezegd is.”

Het eerste ouder-kindfestival was een memorabele ervaring, vertelt Marriëtte. “Ik wist niet wat me te wachten stond.” Marriëtte zat samen met een andere vrijwilliger in het atelier, waar ze met kinderen kaarsen maakte. “We waren compleet oververhit, maar het was zo gezellig. Er kwamen honderden mensen – ik had dat totaal  niet verwacht!”
Het festival is een soort kennismaking met organisaties in Brummen, gericht op ouders en kinderen: “Alle verenigingen, scouting, en andere groepen laten zien wat er in de omgeving te doen is. Vaders waren soms nog enthousiaster dan de kinderen, vooral bij de timmeractiviteiten! Er was een vader die in zijn eigen frietkraam patat bakte, er waren ijsjes en taarten… Het was gewoon een feest voor iedereen.”

Wat haar het meest bijbleef? “De sfeer. Iedereen bouwt samen op, bouwt samen af, en houdt het gezellig. En het mooie is: het zijn allemaal vrijwilligers. Iedereen denkt er hetzelfde over.”

Marriëtte blijft zolang het past bij haar privéomstandigheden, waaronder de zorg voor haar familie. “Ik heb tegen Frederique en Annemieke gezegd: als jullie vinden dat ik te oud word voor de kinderen, moet je het zeggen. Ik ben bijna 67, en ik wil niet in de weg lopen.” Toch ziet ze zichzelf hier nog lang: “Het vrijwilligerswerk gaat vanzelf als je het gezellig hebt. Dan blijf je terugkomen.”

Ze waardeert ook het netwerk dat ze via de villa heeft opgebouwd. “Ik kende hier bijna niemand, maar via de kinderen leer ik veel ouders kennen. In de winkel of langs de school is het altijd even ‘hoi’.”

“De villa is voor mij een plek waar ik mag zijn wie ik ben, waar ik iets kan betekenen voor kinderen, en waar ik zelf ook nog steeds leer.” Haar boodschap is duidelijk: “Als ik wat fout doe, zeg het alsjeblieft. Dan kan ik het de volgende keer beter doen.”